Trekt de teamsprint de schaatssport naar de 21ste eeuw?

“Everyone sick of watching the Dutch win speedskating medals, please raise your hand.”

Wall Street Journal, 17 februari 2014

Ruim anderhalf jaar geleden domineerden de Nederlandse schaatsers het toernooi van de Olympische Winterspelen in Sotsji. Liefst 23 van de 36 medailles op het langebaanschaatsen werden meegenomen op het vliegtuig naar Schiphol. Drie daarvan werden behaald op de 10.000 meter bij de heren, een afstand die al jarenlang gedomineerd wordt door Hollanders en door alle buitenlanders wordt verguisd. Volgens criticasters verpest deze afstand bovendien het allroundschaatsen; de afsluitende 10.000 meter bij de heren zou vervangen moeten worden door de 3.000 meter. Centrale boodschap: het langebaanschaatsen is te saai door het gebrek aan concurrentie en door de veel te lange afstanden.

De internationale schaatsunie ISU heeft dit vorig jaar ook geconcludeerd, en stelde daarom voorzichtig voor om de 10.000 meter bij de mannen en 5.000 meter bij de vrouwen op de Olympische Spelen te vervangen door een massastart. Voorzitter Ottavio Cinquanta:

“Het is vooral bedoeld om programma’s meer in lijn te brengen met de huidige verwachtingen, en om te voorkomen dat we programma’s in stand houden die al te veel jaren worden gebruikt.”

Misschien is het inderdaad geen slecht idee om het schaatsen sexyer te maken. Het rijden van rondjes is geen spectaculaire televisie en in de maatschappij van tegenwoordig is er meer aandacht voor snelheid en spektakel (daarom groeit bijvoorbeeld shorttrack en beachvolleybal ook zo snel). De vraag is echter of afschaffing van de lange afstanden het probleem voor het langebaanschaatsen oplost. Het voorstel van de ISU noopte Ireen Wüst al om in de pen te kruipen en iets anders voor te stellen:

“Het moet flitsender met meer entertainment. Kijk naar Amerika, naar het basketbal… Dat is entertainment. Dat kan en moet in Thialf ook.”

Persoonlijk heb ik er twijfels bij of de Amerikaanse drang naar spektakel (kijk ook hier) aan zal slaan bij het schaatsen. Een schaatshal is om te beginnen veel groter dan een NBA-stadion, waardoor optredens binnen de baan moeilijker te volgen zijn. Nuchtere, (veelal) Friese schaatsfans lijken bovendien in weinig te vergelijken met de meer dramatischer Amerikanen. Het schaatsen moet het vooral hebben van de Unox-sfeer; met een oranje muts en een dweilorkest op de tribune, dicht op elkaar en smullen van de erwtensoep. Oude mannetjes die thuis op de bank rondetijden bijhouden in een schriftje uit de jaren tachtig. Het is onverstandig als het langebaanschaatsen van dit imago af gaat wijken zonder uitgekiende strategie en nieuw zelfbeeld; cheerleaders passen hier totaal niet in.

Het lijkt daarentegen eveneens onwaarschijnlijk dat er met de huidige opzet van de sport in landen zonder schaatscultuur aandacht zal komen voor het schaatsen (zeker omdat het spectaculairdere shorttrack mondiaal veel populairder is).

Ondertussen wordt het schaatsen vernieuwd, gelukkig, vooralsnog zonder de 10.000 meter en de 5.000 meter af te schaffen. De ISU heeft de teamsprint als vast onderdeel toegevoegd aan het circus van wereldbekerwedstrijden. Een kleine wijziging in de schaatskalender, die wellicht zal helpen om het schaatsen een boost te geven. Deze kleine, stapsgewijze wijzigingen in de schaatskalender zijn wat mij betreft the way to go om het schaatsen te moderniseren. Behoud wat je niet kwijt wilt, vernieuw wat er beter kan, en test nieuwe onderdelen eens een keer uit. Ik ben benieuwd of de teamsprint (na de massastart) een nieuwe stap in de goede richting zal zijn, maar het is in ieder geval uitstekend dat de ISU dit na de massastart nog eens probeert.

2 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.