Onrust rond Oranje gecreëerd door bestuurder

Het is vorige week precies vijf jaar geleden dat Bert van Oostveen het stokje overnam van Henk Kesler als directeur betaald voetbal van de KNVB (de Nederlandse voetbalbond). In die hoedanigheid is Van Oostveen verantwoordelijk voor het beleid op het vlaggenschip van het Nederlandse voetbal, het Nederlands elftal. Hoewel incidenten een twijfelachtige graadmeter voor beleid vormen, lijkt het moment dat het zwalkende vlaggenschip afgelopen zondag in de uitwedstrijd tegen Turkije op de klippen liep in de vorm van een 3-0 nederlaag, toch het moment om de vijf jaar Van Oostveen nader te bezien. Al ware het maar omdat het nu precies vijf jaar geleden is dat Van Oostveen aantrad, en omdat hij misschien wel de meest zichtbare en meest gevolgde sportbestuurdersfunctie van Nederland bekleedt. En wat blijkt? Er is inderdaad voldoende stof om over na te denken.

2010-2012
De staat van het Nederlands elftal was in 2010 compleet anders dan vandaag de dag. Bert van Marwijk had Oranje met Arjen Robben en Wesley Sneijder naar de tweede plaats van het WK voetbal geleid. Na het WK ging de kwalificatiereeks voor het EK voetbal van Oekraïne en Polen (2012) van een leien dakje. Tussentijds werd San Marino nog met een recorduitslag weggezet (11-0). De voorbereiding verliep echter al minder vlekkeloos (thuis werd met 1-2 verloren van Bulgarije), maar gezien de fantastische kwalificatie leek er geen vuiltje aan de lucht.

Van Marwijk bleef zijn spelers lang het vertrouwen geven, wijzigde zijn elftal pas gedurende het EK, maar zijn elftal werd nooit het hechte collectief dat in Zuid-Afrika nog de finale had gehaald. Nederland droop af na de poulefase. Voor Van Oostveen reden om te evalueren, maar niet voordat hij zich nog tijdens het toernooi liet ontvallen dat de spelers niet fit genoeg leken. Tegen het zere been van bondscoach Van Marwijk:

“Fitheid wordt gekoppeld aan uitslagen: als je wint is iedereen wel fit, maar goed, het is jammer dat ze hier nu mee komen. 47 maanden is alles goed en dan kom je nu aanzetten met een verhaal over niet fitte spelers.”

Geen verstandige move van Van Oostveen, om als beleidsmaker zodanig op de details in te gaan en dat ook nog eens op de voorgrond te doen. Van Oostveen had deze kritiek binnenskamers moeten houden en allereerst met Van Marwijk moeten bespreken. Nu speelde hij in de openbaarheid Van Marwijk al de zwartepiet toe voor het povere resultaat, waardoor hij hem feitelijk liet vallen. Het dient dan ook geen verrassing te zijn dat Van Marwijk na het evaluatiegesprek de handdoek in de ring gooide. Van Oostveen had deze fout niet mogen maken. De bondscoach die Oranje naar de tweede plaats van het WK had geleid, had meer respect verdiend. Een beginnersfout.

2012-2014
De keuze voor Louis van Gaal als bondscoach was een logische. Een sterke trainer voor een jong elftal, want enkele internationals dropen langzaam af bij Oranje. Mark van Bommel en Giovanni van Bronckhorst zetten een punt achter hun interlandloopbaan, Maarten Stekelenburg, (aanvankelijk) Nigel de Jong, Joris Mathijsen, Johnny Heitinga en Demy de Zeeuw raakten langzaam uit beeld. Niet onverstandig van Van Oostveen dus om Van Gaal aan te stellen. Hij tekende voor twee jaar, en vanaf de start was helder: niet langer. Zijn assistent Danny Blind werd klaargestoomd voor Oranje – de KNVB had een langetermijnvisie met hem op het oog. Opvallend, aangezien Blind nauwelijks ervaring heeft als clubtrainer, en zelfs helemaal geen succesvolle.

Na een succesvolle kwalificatie en uiteraard ook een fantastisch WK, vertrok Van Gaal. Hij maakte plaats voor oude rot in het vak Guus Hiddink, die in maart was gepresenteerd. Dit tot groot verdriet van Feyenoord-trainer Ronald Koeman, die in de ogen van het nationale voetbal journaille de aangewezen persoon was om Van Gaal op te volgen. Eenzelfde type als Van Gaal, die strak op de groep zou zitten en de jongelingen het één en ander bij zou kunnen brengen. Met de opvallende move zorgde Van Oostveen niet alleen voor een gekwetste Koeman, maar bovendien met een scherpe breuk met het succesvolle Van Gaal-verleden. Hiddink is qua type trainer totaal anders dan het type-Van Gaal. Blind bleef ondanks dit verschil in coachingsstijl in de technische staf, en afgesproken werd dat hij in 2016 het stokje van Hiddink zou overnemen.

De switch van Van Marwijk, naar Van Gaal, naar Hiddink en vervolgens naar Blind kan onmogelijk op een langetermijnvisie zijn gestoeld. Waaraan moet de Nederlandse bondscoach eigenlijk voldoen? Wat heeft de spelersgroep nodig? Waarmee moet Oranje presteren? Ik vraag me af of Van Oostveen een (goed) antwoord heeft geformuleerd op deze vragen alvorens hij besloot welke opvolger hij aan zou stellen voor Van Gaal (en misschien wel voordat hij besloten had tot Van Gaal als opvolger van Van Marwijk).
world-cup-06-1437085-1278x903
2014-2015
De periode-Hiddink kenmerkte zich vanaf het begin door gespeculeer over de positie van de trainer – gevoed door de trainer zelf (ook onverstandig, maar dit blog gaat over sportbestuur en niet over sportcoaching). Al in het najaar kondigde Van Oostveen na teleurstellende resultaten aan te willen evalueren met de bondscoach Guus Hiddink. Na deze evaluatie liet Van Oostveen blijken het vertrouwen te behouden in Hiddink, maar deze uitspraak kwam pas na een dikke week onrust in de vaderlandse pers. Bert van Marwijk reageerde hier bijvoorbeeld op, waarschijnlijk terugdenkend aan 2012:

“De KNVB is de laatste die iets over hem mag zeggen en heeft nu het minste recht van spreken. Ze hebben twee jaar de tijd gehad om een nieuwe bondscoach te vinden. Ze kregen de kans een jongere trainer aan te stellen in de persoon van Ronald Koeman, die ook graag wilde. Ze hebben bewust gekozen voor een routinier als Hiddink met een grote staat van dienst. En dan moet je niet na drie wedstrijden, met één punt minder dan Duitsland, al gaan evalueren met Hiddink. Slechts één man kan Hiddink ontslaan en dat is Hiddink zelf.”

Eind juni vertrok Hiddink zelf, zoals Van Marwijk aankondigde, door de blijvende teleurstellende resultaten. De groep reageerde onvoldoende op de stijl van Hiddink, waar met Van Gaal nog een klik was geweest die had geleid tot de halve finale van het WK. Opvallenderwijs hulden Van Oostveen en Hiddink zich over het vertrek van laatstgenoemde in nevelen. Onduidelijk was of hij nou zelf was opgestapt, of was ontslagen. Bovendien was ook onduidelijk of Danny Blind Hiddink zou opvolgen.

Van Oostveen nam dus vele onverstandige besluiten in de periode-Hiddink. Geen enkele sportbestuurder zou deze zaken mogen overkomen, laat staan de baas van de bondscoach van Oranje. Allereerst ontbraken bij de aanstelling van Hiddink alle aanwijzingen voor een langetermijnvisie van de KNVB. Daarnaast was de in de pers aangekondigde evaluatie respectloos voor een grootheid in de Nederlandse voetbalwereld als Hiddink, net als in 2012 bij Van Marwijk was gebeurd (een ezel stoot zich geen twee keer aan dezelfde steen, toch?). Ten slotte was de langdurige onzekerheid en het vele gespeculeer in de pers contraproductief voor de prestaties van Oranje en van het imago van Hiddink, de KNVB en Van Oostveen zelf.

Heden
Blind heeft Hiddink uiteindelijk toch opgevolgd, maar verloor vorige week zowel thuis van IJsland als uit van Turkije. Oranje is verder weg van het EK voetbal dan ooit en heeft kwalificatie niet meer in eigen hand. Van Oostveen staat zelf machteloos, want hij maakt zich ongeloofwaardig als hij Blind wegstuurt, schreef De Gelderlander terecht. Afgelopen week liet Van Oostveen dan ook blijken dat hij “absoluut” vertrouwen blijft houden in Blind. Bovendien zei hij, dat er geen sprake was van een crisis. Er zou geen structureel probleem zijn bij Oranje. Daar zit hij echter verkeerd. Oranje heeft wel een structureel probleem, en dat probleem is hijzelf.

Columnist Thijs Zonneveld schreef het deze week duidelijk op in zijn column. Bert van Oostveen is een “man without a plan“: Het zwalkende beleid van Van Marwijk, naar Van Gaal, naar Hiddink, naar Blind. De voortdurende onrust en onzekerheid die Van Oostveen schept met zijn bijdragen in de media. De moeizame relatie die hij met vele coaches heeft onderhouden. Hij begeeft zich op het werkterrein van de coaches (evaluaties, fitheid – dit vond Foppe de Haan afgelopen zomer ook al), en is onhandig in de media, waardoor de onrust rond Oranje toeneemt in plaats van dat Van Oostveen deze wegneemt.

Het aanstellen van een bondscoach en het dossier-Oranje is niet de enige taak van Van Oostveen, maar het is wel een verrekte belangrijke. Oranje is als vlaggenschip van het Nederlandse voetbal een uithangbord voor de sport. Wanbeleid rondom het belangrijkste elftal in het Nederlandse voetbal is voor een man op de functie van Van Oostveen dan ook onacceptabel. Terugkijkend op vijf jaar Van Oostveen zijn er veel aanwijzingen dat er bestuurlijk en beleidsmatig wordt geblunderd, iets wat werd gemaskeerd door de ietwat gelukkige periode onder Van Gaal. De KNVB moet dit geblunder bijsturen of Van Oostveen moet hier snel van leren, anders komt er aan zijn dienstverband op korte termijn een einde.

2 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.