De spagaat van het Nederlandse rugby

In de aanloop naar de finale van het WK rugby tussen Australië en Nieuw-Zeeland vanmiddag om 16 uur Nederlandse tijd, neemt de aandacht naar de rugbysport toe. De afgelopen weken ontstond er al een kleine hype rondom het WK mede doordat RTL7 dit toernooi live op televisie toonde. Afgelopen donderdag pakte De Volkskrant hierop door en vroeg zich af hoe het met het Nederlandse rugby staat.

Onvoldoende tegenstand
Rugby in Nederland staat niet op een hoog niveau, zeker in vergelijking met de toplanden in het rugby. Het blijft slechts een kleine studentensport met een bond die het afgelopen jaar iets meer dan 10.000 leden had. Toch heeft de Nederlandse Rugby Bond (NRB) de ambitie om over vier jaar (uiterlijk over acht jaar) het WK te halen. In de nationale teams van onder-18 en -19 zit flink wat talent. Zo geeft de trainer van Oranje onder-19 ook aan in het artikel.

“Individueel zijn ze net zo goed als hun leeftijdgenoten in Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika, maar ze spelen niet vaak genoeg tegen grote en sterke tegenstanders.”

Spagaat
Het is dan ook niet verbazingwekkend dat de topspelers uit de jeugd de overstap hebben gemaakt naar die toplanden in het rugby. In het artikel worden twee spelers geïnterviewd die momenteel rugbyen in Zuid-Afrika. Tim Visser, de Nederlandse rugbyer die namens Schotland uitkomt op het WK, is hun grote voorbeeld. En dan ligt er direct gevaar op de loer. Wat als deze toptalenten zich ook laten naturaliseren, en nooit voor Oranje zullen uitkomen? Het plaatst het Nederlandse rugby in een spagaat. Talenten moeten naar het buitenland om genoeg weerstand te ervaren, maar zullen zich vervolgens laten naturaliseren om op het WK te kunnen uitkomen.

Dit scenario wint aan kracht als je bedenkt dat de beste Nederlandse rugbyer Zeno Kieft die in Frankrijk speelt, niet voor Oranje kan uitkomen omdat de NRB onvoldoende financiële middelen heeft om hem te verzekeren. Het buitenland is echter de enige kans van Oranje, want anders maakt het team geen schijn van kans tegen de échte rugbynaties.

Fiji en Namibië
Eerder deze maand vroeg Metronieuws zich overigens ook af hoe het kan dat Nederland zich niet weet te plaatsen voor het WK rugby, waar landen als Fiji en Namibië hier wel in slagen. De bondscoach van Oranje, Alex Chang, wist hier wel een antwoord op te formuleren.

“Dat ligt aan hun rugbycultuur, het is daar de nationale sport. In Nederland is dat verre van het geval. Als er hier ook een rugbycultuur zou heersen, hadden we ons kunnen kwalificeren voor het WK.”

Daarom is het extra jammer dat Tim Visser niet voor Nederland heeft gekozen, aldus Chang, hoewel hij het sportief gezien wel begrijpt. Het WK is in het rugby het hoogst haalbare en Visser speelt nu op het allerhoogste niveau. Toch blijft het zonde.

“Hij had het boegbeeld van het Nederlandse rugby kunnen worden, het rugby was hier ook veel verder geweest als hij voor Nederland uitkwam.”

Tim Visser had voor het rugby kunnen zijn wat Dafne Schippers nu voor de atletieksport is.

Dus?
Het is daarom te hopen dat de Nederlandse Rugby Bond er met hun regionale opleidingsprogramma The Pathway in slaagt om het rugby ook in Nederland naar een hoger niveau te krikken. Wellicht dat de talenten dan ook in ons land voldoende weerstand krijgen om uitzicht te hebben op WK plaatsing. Bovendien moet de NRB hopen dat één van de talenten in het buitenland zich spectaculair ontwikkelt en bovendien voor Oranje zal kiezen. De jeugd heeft dan een boegbeeld waaraan zij zich kan optrekken. Het aantal nieuwe rugbyleden was de afgelopen maand alvast met 17 procent gestegen, dus doordat het WK op televisie is uitgezonden heeft de sport aan populariteit gewonnen. En misschien, heel misschien, kunnen we daarvan over vier of acht jaar het effect zien.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.