Nederlandse Sport Raad: Concreet verbeteren of vaag adviseren?

Vorige week werd bekend dat minister Edith Schippers van Volksgezond, Welzijn en Sport de Nederlandse Sport Raad heeft ingesteld, waarin mensen uit de top van de sportwereld, het bedrijfsleven en de publieke sector zich verenigen om het rendement uit de organisatie van sportevenementen te vergroten. Dit gaat niet alleen over het financiële rendement omdat meer dan de helft van de sportevenementen met verlies op de begroting afgesloten wordt, maar ook over het maatschappelijke rendement. Zo moeten sportevenementen dienen als springplank voor internationale handel, moet de impact van sportevenementen op integratie worden vergroot en moeten sportinnovaties en maatschappelijke toepassingen worden bevorderd. Zie voor alle zes de doelstellingen onderaan dit bericht.

Waarom?
Minister Schippers lichtte het initiatief op de site van de NOS verder toe. Overigens werden het WK Beachvolleybal en het EK volleybal van dit jaar, en daarnaast de Dam-tot-Damloop en de Vierdaagse, door Schippers aangehaald als evenementen waarin het wel heel goed gaat, net als de Tourstart in Utrecht.

“Ik wil de raad aanmoedigen om de sport, het bedrijfsleven en overheden uit te dagen. Het gaat om slimmer organiseren, bredere samenwerking en het bundelen van middelen. De belangrijkste taak is om de balans tussen publieke en private financiering te verbeteren en verliezen voor de sport om te zetten in winst voor de sport.”

Op Sport&Strategie gaat Schippers iets meer de diepte in op de argumentatie om een dergelijk orgaan op te zetten. Zij refereert in haar reactie naar side-events, die georganiseerd worden met het doel om meer mensen aan het sporten te krijgen.

“Side events zijn heel mooi maar hoeveel kinderen blijven daarna hockeyen of fietsen die dat voorheen niet deden? Bovendien wordt vaak het wiel opnieuw uitgevonden. Dat is jammer, want eigenlijk wil je dat het volgende sportevenement op de schouders van het vorige staat. Op die manier word je steeds beter in wat je doet.”

Vanuit NOC*NSF volgde een oppervlakkige reactie, waarin werd gesteld dat zij uitkijkt naar de samenwerking met het adviesorgaan en bovendien professionelere sportevenementen ondersteunt.

Twee vragen
Uit alle reacties en de nieuwsberichten komen bij mij twee vragen naar boven. De grote sportevenementen die worden georganiseerd door professionele bureaus lijken, zo op het eerste gezicht, allemaal goed af te lopen en weinig extra financiële schade op te leveren voor publieke organen. Deze worden door Schippers immers als voorbeeld genoemd voor andere evenementen en organisaties. Enige uitzondering is de stukgelopen organisatie van de Europese Spelen van 2019, maar die organisatie werd daadwerkelijk teruggegeven zodra duidelijk werd dat er onvoldoende (financieel) draagvlak was in de Nederlandse sportwereld en de Nederlandse publieke sector. Toegegeven, dat had eerder gekund, maar de grotere, professioneel georganiseerde sportevenementen in Nederland worden door Schippers zelfs aangehaald als voorbeelden van succes. Dat suggereert dat de problemen veelal zitten in de middelgrote, dan wel kleinere evenementen, die veel talrijker zijn dan de grote happenings die vaak door professionals worden opgezet. Vraag is alleen: hoe worden deze evenementen door de adviezen van de Nederlandse Sport Raad bereikt?

De tweede vraag is misschien wel belangrijker. De Sport Raad gaat puur als adviserend orgaan optreden. Interessant wordt het om te zien wanneer dit orgaan uitspraken zal gaan doen en aan wie. Moeten organisaties actief naar de Sport Raad om advies te verkrijgen? Ik vermoed dat dit orgaan ongevraagd zal adviseren, maar doet zij dat aan de regering? Doet zij dat aan organisatiecomités van sportevenementen? Hoe gaat zij erin slagen dat organisaties “effectief leren uit ervaringen van andere sportevenementen”? Gaat de Sport Raad evaluaties doorsturen naar nieuwe evenementen? Moeten organisatiecomités elkaar gaan opleiden?

Het instellen van de Nederlandse Sport Raad is in de kern geen slecht idee. Immers, dat meer dan de helft van de sportevenementen financieel niet rendabel is, vind ik zelfs schrikbarend. Om de organisatie van sportevenementen ook op de lange termijn in Nederland mogelijk te maken moet er iets gebeuren. Dat er geleerde lessen worden gedeeld lijkt me ook niet onwenselijk, evenals het verbreden van de maatschappelijke voetafdruk die wordt achtergelaten. Ik ben vooral benieuwd naar de praktische, daadwerkelijke invulling van onderstaande zes doelstellingen. Het zou immers zonde zijn als een mooi initiatief als de Nederlandse Sport Raad verzandt in vergaderen en adviseren op hoog niveau, waar de lessen waarschijnlijk in de middelgrote en kleinere evenementen van de Nederlandse sport geleerd moeten gaan worden.

Voorlopig heeft Schippers zes opdrachten geformuleerd voor de Nederlandse Sport Raad:

· Zorgen voor meer rendabele sportevenementen;
· De impact van evenementen op sportparticipatie en integratie vergroten;
· Effectief leren uit ervaringen van eerdere sportevenementen;
· Sportevenementen meer laten functioneren als een springplank voor (inter)nationale handel;
· Sportinnovaties en maatschappelijke toepassingen bevorderen
· Invulling van de evenementenkalender op de (iets) langere termijn.

Vooralsnog zijn de volgende personen lid van de Sport Raad:
Pieter van den Hoogenband – Olympiër
Esther Vergeer – Paralympiër
Ahmed Aboutaleb – Burgemeester Rotterdam
Merel van Vroonhoven – AFM
Duncan Stutterheim – dance-events
Jaap de Groot – media
André Kuipers – arts/ wetenschapper
De raad zal nog extra leden krijgen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.