Bert Kragtwijk – Redder van Oranje-basketbal

Bert Kragtwijk is naast zijn baan als directeur Nederland van ING Real Estate ook oud-basketbalinternational en sinds vorig jaar voorzitter van de Stichting Nederlands Mannen Team (NMT). De Nederlandse Basketball Bond (NBB) stopte in 2012 met de financiële ondersteuning van het team nadat het NOC*NSF de subsidiekraan had stopgezet voor de Nederlandse basketballers. Door de financiële problemen dreigde een situatie waarin het mannenteam uit internationale competities gehaald moest worden. Dankzij de Federatie Eredivisie Basketball (FEB) pakte een groep oud-internationals met Kragtwijk als voorzitter de handschoen op, waardoor Oranje werd gered en het team zich uiteindelijk zelfs wist te plaatsen voor het EK basketbal.

Op het kantoor van Kragtwijk word je direct herinnerd aan zijn basketbalverleden. Niet alleen door een kleurrijk schilderij van basketballers aan de muur, maar ook omdat Kragtwijk dik twee meter is en handen als kolenschoppen heeft. De carrière van Kragtwijk voerde hem tussen 1977 en 1989 via het Amerikaanse Old Dominion college langs Amstelveen, Amsterdam, Leiden en Weert. Bovendien speelde Kragtwijk 99 A-interlands. Toch was het geen vanzelfsprekendheid dat Kragtwijk een functie ging bekleden in het basketbal. “Je kinderen groeien op en elke weldenkende ouder met opgroeiende kinderen assisteert hen. Mijn kinderen kwamen bij de atletiekvereniging terecht, dus ging ik daar hand- en spandiensten verrichten. Doordat mijn kinderen geen interesse hadden in basketbal raakte ik van die sport steeds verder verwijderd: tussen 1992 en 2006 ben ik niet meer in een sporthal geweest.”

Het passieve penningmeesterschap
Min of meer per toeval keerde Kragtwijk terug in de sporthal. Marcel Verburg, huidig voorzitter van eredivisieclub ZZ Leiden, wilde in 2006 het profbasketbal doen terugkeren in Leiden en zocht daarvoor sponsors. Hoewel dit niet echt in het beleid van ING paste, besloot Kragtwijk de helpende hand te bieden. “Je bent een mens en hebt soms wat te vertellen… dus ik zei: ‘ING doet dit één keer. Daarna moet je me ook niet meer lastig vallen.’ ING kreeg geen spandoek of niks ervoor terug, alleen vier kaarten voor de wedstrijd. Ik ben dus weer gaan kijken en vond het leuk. Belangrijker nog: mijn vrouw en tot mijn verbazing mijn kinderen vonden het ook leuk! Dus ik kwam weer naar de sporthal, maar dan als toeschouwer.”

In 2009 zocht de Federatie Eredivisie Basketball (FEB), de organisatie waar de heren eredivisie is ondergebracht, een penningmeester. Kragtwijk kwam veel oude bekenden tegen in de sporthal en werd hiervoor gevraagd. “Ik was eigenlijk te druk, maar besloot er toch in te stappen. Ik had echter geen tijd voor een actieve rol in de beleidsvorming. Tussen 2009 en 2012 ben ik daarom een ‘passieve’ penningmeester geweest. Dat noem ik passief omdat dit in contrast stond met wat ik in mijn dagelijkse werk probeer te doen. Daarin ben ik een proactief figuur: ik ben altijd bezig met wat er gebeurt in de wereld en hoe daarop moet worden geanticipeerd. ”

“Topsport is cruciaal voor breedtesport. Je kan geen sport overeind houden zonder vlaggenschip, zonder nationaal team.”

In 2012 besloot de NBB uit financiële overwegingen Oranje niet meer te ondersteunen en uit internationale competities terug te trekken. Wat vond u daarvan?
“De NBB vertelde: ‘We hebben de komende twee jaar geen geld meer, omdat basketbal geen focussport van NOC*NSF meer is.’ Iedereen riep: geen Oranje, dat kan toch niet waar zijn? De Eredivisieploegen, verenigd in de FEB, konden hun oren niet geloven.”
“Ikzelf heb vanaf het begin een tweeledige mening uitgedragen, al was dat bijna vloeken in de kerk. Uit sportief oogpunt vond ik het een buitengewoon vreemd besluit, want je kan geen sport overeind houden zonder vlaggenschip, zonder nationaal team. Topsport is cruciaal voor breedtesport. Maar ik wist voor welke problemen de NBB stond. Bij grote problemen heb je niet genoeg aan halve maatregelen, dan moet je fundamentele maatregelen nemen. Beleidstechnisch en ‘managerial’ kon ik het me daarom voorstellen. Als ik bondsbestuurder van de NBB was geweest op dat moment, had ik misschien hetzelfde besluit genomen. Het zou zeker een overweging zijn geweest.”

Hoe kon het in vredesnaam zover komen?
“Zwak management voor het jaar 2011. Het probleem met de bond is dat er altijd wisselende bestuurders zijn. Soms zit de directie er lang, dan weer kort. Omdat de basketbalbond een lange reeks van jaren geen bestuur heeft gehad, kon de directie zijn eigen gang gaan. Op een gegeven moment is dat kennelijk uit de klauwen gelopen. Daar kun je van alles van vinden, en daar vind ik ook van alles van, maar het is ook een feit!”

De FEB-ploegen besloten te hulp te schieten. Kragtwijk onderzocht hiervoor als penningmeester de financiële ruimte en kreeg steun van Will Moerer van Sport1, eveneens oud-basketballer. De reserves van de FEB waren met de steun van Sport1 in staat om het Nederlandse mannenteam overeind te houden tot en met de zomer van 2014. Kragtwijk: “En toen riep de FEB: ‘Bert, jij bent penningmeester én oud-international. Mede FEB-bestuurslid Els de Groot is ook oud international. Kunnen jullie dat financieel en organisatorisch begeleiden?’ We pakten de handschoen op en zetten met een clubje betrokkenen de organisatie op om Oranje haar wedstrijden ook in 2013 en 2014 te kunnen laten afwerken.”

Oranje op het EK basketbal 2015 tegen Macedonië

Oranje op het EK basketbal 2015 tegen Macedonië


In de aanloop naar de zomer van 2014 constateerde de NBB helaas dat zij ook na 2014 Oranje niet kon overnemen van de FEB, omdat de financiële situatie nog te penibel was. “Potverdomme, ik baalde als een stekker. Na twee jaar onze nek te hebben uitgestoken, liepen we alsnog het risico dat het als een pudding in elkaar zou zakken. De FEB kon de steun echter niet langer verlenen, want dan waren ook daar alle reserves op geweest. Financiële continuïteit van organisaties staat bij mij hoog in het vaandel, daarom ging de FEB dat risico niet nemen, zeker niet met mij als penningmeester.” Met enkele andere betrokkenen besloot Kragtwijk in plaats daarvan na te denken over de mogelijkheid om externe financiële middelen aan te boren. Het groepje dacht daar de tijd voor te hebben. De kans dat Oranje zich zou plaatsen voor het EK van 2015 was niet groot, waardoor er waarschijnlijk in 2015 geen internationale wedstrijden gespeeld zouden moeten worden. “Alle topspelers hadden zich afgemeld. We dachten de tijd te krijgen om een basis neer te leggen. Maar toen begon Oranje te winnen en gebeurde het toch: het team had een kwalificatie afgedwongen. We moesten direct handelen om het EK mogelijk te maken. Uiteindelijk hebben we een stichting opgericht en zijn we de markt op gegaan voor financiële middelen. We waren trouwens niet alleen financieel verantwoordelijk, maar ook organisatorisch. We vonden dat het wel professioneel moest gebeuren. In de kwalificatiereeks kon alles houtje-touwtje, maar nu ging het om het echie. Dat werk werd zo intensief dat het bijna een tweede baan is geworden.”
“Onze stichting had een voorzitter nodig. Misschien is het omdat ik het oudste ben, maar ook omdat mijn werk hier bij ING rustiger werd ben ik voorzitter geworden.”

Daarom zit u nu hier met mij.
“Daarom zit ik hier met jou inderdaad. Dat heb je goed gezien.”

Jullie willen niet slechts het mannenteam overeind houden. Stichting NMT heeft een vijfjarenplan opgesteld om de hele basketbalsport een impuls te geven. Wat houdt dit plan precies in?
“Zoals ik al zei: topsport kan niet zonder breedtesport. Alles begint met een vlaggenschip: Oranje. Dat kun je vijf jaar overeind houden, maar als er geen aanwas van onderuit is heb je over vijf jaar nog niks bereikt. Onze uitdaging is daarom: hoe kunnen we structureel iets betekenen voor de sport? Als ex-topsporters willen we graag dat onze sport een beetje belangrijk blijft.”

“Inmiddels hebben we drie stappen benoemd uit het plan. Stap één is het A-team overeind houden, zodat het over een langere periode van jaren op de grote toernooien mee kan doen. Stap twee is een structureel topsportbeleid bij de jongens. Op dit moment is er namelijk alleen een structureel topsportbeleid bij de meisjes. Dat doen we met de NBB samen, want die heeft de verantwoordelijkheid in het faciliteren van de jeugd. Wij willen de beste talenten in dit land professioneel gaan begeleiden zodat er over vijf tot tien jaar ook een representatief Oranje staat. Fase drie is gericht op de breedtesport. Die willen we stimuleren zodat er meer mensen gaan basketballen en vooral blijven basketballen. Onze visie op breedtesport is overigens ook gericht op de topsport. Nederlanders hebben als volk gemiddeld een grote lengte. De vraag is, hoe krijgen we de Nederlanders in beeld die lang zijn, voor het eerst een bal in de handen krijgen en een beetje talent hebben. We moeten een systeem hebben om deze jongens er tussenuit te halen, zodat wij hen gericht kunnen ontwikkelen. Je moet daarnaast op de basisscholen de kinderen al enthousiast maken voor de prachtige basketbalsport, op de middelbare school ben je doorgaans te laat: er is veel concurrentie van voetbal en hockey. Elk klein kind gaat tegenwoordig al op jonge leeftijd hockeyen.”

Jullie hebben de wind in de rug dankzij de verrassend goede prestaties van Oranje op het EK.
“Vorig jaar zeiden we tegen elkaar: ‘We hebben na deze kwalificatie wat momentum, maar ga er maar vanuit dat ze in Zagreb laatste worden en wij weer van voren af aan moeten beginnen.’ Uiteindelijk zijn prestaties op het veld bepalend voor de mogelijkheden die je hebt. Oranje heeft goed gepresteerd, wat ons helpt om de volgende fase van het project op te starten.”

“Er zijn weinig teamsporten zo dynamisch als het basketbal. Bij welke sport kun je tot een minuut voor tijd niet zeggen welk team gaat winnen?”

Het EK in Zagreb was sowieso reclame voor de basketbalsport, met zoveel spannende wedstrijden.
“Er zijn weinig teamsporten zo dynamisch als het basketbal. Bij welke sport kun je tot een minuut voor tijd niet zeggen welk team gaat winnen? Meestal zal twee tot drie keer per wedstrijd het momentum volledig kantelen. Bovendien is basketbal goed in beeld te brengen, en je hebt een enorm atletisch vermogen nodig. Toen ik basketbalde stak je al boven het gemiddelde uit als je lang was en een beetje motoriek had. Tegenwoordig moet je een topatleet zijn.”
“Voor topsporttalent is basketbal een aantrekkelijke sport. Hoewel basketbal in Nederland weinig voorstelt, zelfs als het tussen plaats twaalf en vierentwintig van Europa bivakkeert, is het in omringende landen en in Zuid-Europa een verschrikkelijk grote sport. Als prof in die landen kun je een hele goede boterham verdienen, zonder dat je tot de wereldtop behoort. Er zijn maar weinig sporten waarin dat kan.”

Geld speelt altijd een belangrijke rol. In het basketbal worden de clubs traditioneel overeind gehouden door hun hoofdsponsor. Dat maakt de clubs ook kwetsbaar. Is dat het probleem van het Nederlandse basketbal?
“Dat geldt misschien wel voor negentig procent van de sportbonden. Basketbal heeft die naam omdat in de jaren zeventig en tachtig grote internationale merken de sport ondersteunden. Inmiddels gaan sponsors naar de grote sporten: voetbal, wielrennen, schaatsen… en hockey. Hockey is internationaal, met alle respect, niet zo belangrijk. Hier is het een kijksport geworden, waardoor de grote Nederlandse bedrijven het interessant vinden om die sport te sponsoren.”

Wat kan basketbal daarvan leren?
“Heel veel. Ten eerste moet je basketballers vanaf de jongste jeugd opleiden, zoals ik net beschreef. Twee is dat de participatiegraad van ouders in die hockeyverenigingen groter is dan bij een gemiddelde basketbalvereniging. Dat moet je stimuleren. Hockey heeft overigens grote voordelen: goede faciliteiten op lokaal niveau en een eigen clubhuis. Daarmee genereren ze niet alleen eigen inkomsten, maar kunnen ze met een eigen honk een verenigingsleven opbouwen. Basketbalverenigingen delen de hal met 36.000 andere sporten, waardoor dat veel moeilijker is.”

De organisatie van Stichting NMT bestaat uit oud-basketballers die een behoorlijke maatschappelijke carrière hebben of hebben gehad. Heel veel van hen zijn na hun sportieve loopbaan uit de sport verdwenen.
“Ik heb een soort schuldgevoel ten opzichte van de sport. Basketbal heeft na de gouden jaren zeventig en tachtig, waarin ik speelde, veel aan waarde verloren. Dat komt door mijn generatie. Basketbal was een studentensport. Wij hadden de sport in die tijd wat groter gemaakt, maar besloten daarna te gaan werken. Van ons zijn er weinig op het veld terecht gekomen waardoor onze kennis niet is overgedragen aan volgende generaties. Nu zie je bij het opstellen en uitwerken van dat vijfjarenplan wel de meerwaarde van oud-topsporters, die maatschappelijk gezien op redelijke posities terecht zijn gekomen.”

Heeft u andersom als bestuurder ook iets aan uw topsportervaring?
“Belangrijke besluiten hier bij de ING liet ik mede ingeven door wat ik als topsporter had geleerd. Er ging geen week voorbij zonder dat ik bijvoorbeeld moest denken aan mijn oud-coaches Ton Boot en Frank Kales. Bij een vraagstuk als bestuurder stel ik me geregeld de vraag: ‘Hoe zou Ton dit hebben opgelost als hij dit op het basketbalveld zou zijn tegengekomen.’ Ik was het heus niet altijd eens met Ton of Frank, maar die ervaringen zijn nu een waardevol onderdeel van mijn referentiekader.”
“Kenmerkend voor topsport is dat je altijd wil winnen. Bestuurders met topsportervaring hebben dit ook, of het nu op het veld is of op kantoor. Nu ik als bestuurder in de basketbalsport zit, is het bovendien een voordeel dat ik weet wat er moet gebeuren om op het veld optimaal te kunnen presteren.”

“Over vijf tot acht jaar willen wij structureel bij de top twaalf van het Europese basketbal horen.”

Waar staat het Nederlandse basketbal over vijf jaar?
“Over vijf tot acht jaar willen wij structureel bij de top twaalf van het Europese basketbal horen. Dat is ambitieus, maar ik denk ook realiseerbaar. Het talent is er. België is het ook gelukt en die hebben niet eens lange mensen. Ons grote voorbeeld qua organisatie is de NBA, al is dat onhaalbaar. Maar de NBA is een competitie met fantastische sport met superatleten op het allerhoogste niveau. Bovendien is het één grote marketingmachine. Product en marketing gaan daar één op één, dat vind ik enorm fascinerend.”

Het showgerichte is wel heel Amerikaans.
“Het zijn in de eerste plaats geweldige sportmensen. Sport moet sport blijven en geen pure entertainment worden. Dan ga je over de grens. De NBA is topsport, maar die organisatie kent daarnaast een enorme entertainmentfactor en slaagt erin de marketingfactor en de topsport verschrikkelijk goed te combineren. Over vijf jaar heeft de NBA in Azië één of twee ploegen en in Europa ook één of twee ploegen. Dan gaat dat circus continu de hele wereld rond. Fantastisch! Een ander voorbeeld is mijn college-team. Sinds twee jaar ben ik geabonneerd op de mailinglijst daarvan. Als de competitie nog niet eens is begonnen, maken ze al dagelijks verhalen, die ik ook nog zit te lezen ook. Daar willen wij naartoe: wij willen onze basketbalgemeenschap veel meer binden.”

Het Oranjegevoel bij basketbal?
“Finland is in het basketbal een mooi voorbeeld. Finland heeft weinig inwoners, maar is qua fanbase en supportersschare in het basketbal vergelijkbaar met Oranje in het voetbal. Dat zag je deze zomer ook weer. De vier landen die het EK organiseerden mochten ieder een tegenstander kiezen. Kroatië koos voor buurland Slovenië, Duitsland door de grote Turkse gemeenschap voor Turkije, Letland voor buurland Estland… en Frankrijk koos voor Finland. Ik dacht: ‘Wat moeten zij nou met Finland?’ Maar die Finnen hebben al jaren een grote aanhang en er liepen daardoor tienduizend Finnen rond in Montpellier. Nederland en Finland hebben een vergelijkbare basketbalcultuur. Waarom kunnen wij niet zo’n hechte groep creëren van basketbaltoeschouwers voor Oranje? Ik denk dat het kan.”

En dan over een jaar of vijf op het WK basketbal?
“Ja, met een groot vraag- en uitroepteken uiteraard!”

U gelooft echt dat dat mogelijk is?
“Als je naar Oranje kijkt zie je dat de spelers qua leeftijd nog vijf of zes jaar mee kunnen. Aan de onderkant zitten een paar jongens op college die het goed doen. Zij gaan de ploeg in de komende jaren versterken. Als je onze prestaties in Zagreb bekijkt en die jongens komen erbij, dan denk ik: we kunnen gewoon meeballen!”

De foto van Bert Kragtwijk is afkomstig van OranjeBasketball.com en is met de toestemming van de heer Kragtwijk gebruikt.

4 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.