De voors en tegens van de tien kilometer

Het schaatsen verkeert in een identiteitscrisis. Eerder schreef ik op DeSportbestuurder al over het toevoegen van de teamsprint aan de schaatssport, als mogelijkheid om de sport de 21ste eeuw in te trekken. Nu het EK Allround weer bezig is, laait daarop voortbordurend ook de discussie over de langste schaatsafstand weer op: de 10.000 meter.

Aangezien vrijwel niemand ter wereld, enkele Nederlandse toppers uitgezonderd, nog de moeite neemt om zich te specialiseren op de tien kilometer, en deze afstand een grote invloed heeft op de allroundtoernooien, gaan er in het schaatsen stemmen op om deze afstand te vervangen door een kortere afstand. Komende zomer zal een congres van de Internationale Schaatsunie (ISU) hierover besluiten. Dat dit besluit nog niet vaststaat, blijkt uit een reactie van vice-voorzitter Dijkema tegenover de NOS:

“We verwachten tegen het einde van deze maand met een voorstel te komen om de kampioenschappen in de toekomst beter aan te pakken. Eén van de mogelijkheden is dat we de allroundkampioenschappen, dus ook de EK, voortzetten op de manier zoals het nu is. De besluitvorming is dus nog niet afgerond. Die vindt plaats in juni tijdens het ISU-congres. (…) We zien af en toe dat de beste schaatsers niet meedoen omdat er een kennelijk een trainingsblok nodig is. Het is dus de vraag of het totaalprogramma niet te zwaar is. Daar moeten we ook nog eens goed naar kijken.”

Afschaffen van de tien kilometer
Oud-schaatsers Mark Tuitert en Jochem Uytdehaage zouden het in ieder geval wel begrijpen als de tienduizend meter zou worden vervangen door een duizend meter, of een drieduizend meter. Zij reageerden hierover tegenover NU.nl:

Tuitert: “Er zijn gewoon meer goede schaatsers op de kortere afstanden, de concurrentie is daar internationaal heel hoog. Nu doet niet iedereen mee aan het huidige EK allround, omdat het zo zwaar is. Ik denk dat meer schaatsers mee willen doen als ze ook echt een kans hebben om te winnen. Er zullen niet heel veel schaatsers zijn die dit weekend mee kunnen doen om een podiumplek. Voor de sport is het daarom misschien wel goed als er vanaf volgend seizoen andere namen mee kunnen doen om de prijzen.”

Uytdehaage: “Je moet reëel zijn; sport is ter vermaak. En als er steeds minder mensen in geïnteresseerd zijn, dan moet je er iets aan doen. De bottom line is dat een allroundtoernooi nu te lang duurt. Op de lange afstanden zijn alleen de laatste ritten echt interessant. De tien kilometer als losse afstand staat bovendien op de tocht en zou best eens kunnen sneuvelen, zeker als schaatsers het niet willen rijden en niet bereid zijn ervoor te trainen.”

Behouden van de tien kilometer
Tegenargument van het afschaffen van de langste schaatsafstand is dat het toernooi anders een veredeld sprintkampioenschap wordt, zeker als het wordt vervangen door de duizend meter. Daarnaast kun je je afvragen of het schaatsen overtrokken reageert op een toevalligheid; dat Sven Kramer zo’n uniek talent is dat het allrounden kan domineren door de twee langste afstanden op wereldniveau te rijden, wil niet zeggen dat er iets mankeert aan de opzet van het toernooi. Op de Spelen van Sotsji behaalde Nederland bijvoorbeeld extreem veel schaatsmedailles, maar het afgelopen seizoen heeft aangetoond dat dat ook een momentopname was. Bijvoorbeeld op de sprintafstanden is de Nederlandse dominantie weer flink afgenomen. Ten slotte kun je je afvragen of het afschieten van de tien kilometer voor het allrouden niet het definitieve nekschot wordt voor deze – nu nog – Olympische afstand.

Er zijn ook zeer fervente voorstanders van het behoud van de tien kilometer. Jillert Anema, trainer van Jorrit Bergsma, vertelde in 2014 al waarom de tien kilometer niet zo moeilijk is als gedacht: mensen trainen hier in het buitenland eenvoudigweg niet genoeg voor. Hij noemde de schaatswereld tegenover de NOS ‘lui en decadent’, omdat de Nederlander Erik-Jan Kooiman destijds op het NK afstanden na een halfjaar te trainen de bronzen plak wist te behalen:

“Iedereen loopt maar wat achter elkaar aan en beweert dat het zo zwaar is, onzin. Ze zijn gewoon lui, ze moeten gewoon rijden! Het bestaat niet dat een Erik-Jan Kooiman in een half jaar iets kan rijden wat de rest verder helemaal niet kan. Het toont aan dat de internationale schaatswereld lui en decadent is en er niets aan doet. Ik ben geen wonderdokter. Dus als je gewoon gaat trainen, ook in het buitenland, dan kun je dit heus wel rijden.”

Slot
De discussie over het behoud van de tien kilometer in het schaatsen is dus breder dan alleen het behoud van de afstand op het EK Allround. Het is een discussie tussen progressiviteit en conservatisme, een discussie tussen romantici en critici, een emotionele discussie ook. Maar wel een discussie die belangrijk is in de toekomst van het langebaanschaatsen.

Wat de wijze schaatsheren van de ISU deze zomer ook mogen besluiten, vanmiddag kunnen we in ieder geval nog genieten van tientallen rondjes Sven Kramer op weg naar een nieuwe Europese titel in het allroundschaatsen. Laten we daar dan ook van genieten, want door een nieuwe opzet van het allroundschaatsen kan het zomaar ook eens de laatste allroundtitel van Sven Kramer worden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.