De marathonlimieten gaan politiek

Afgelopen november werd er op de site van hardloopmagazine Losse Veter geschreven over de marathonlimieten die de Atletiekunie heeft gesteld voor Olympische deelname. Een artikel waaruit blijkt dat de limieten niet transparant tot stand zijn gekomen en deze bovendien veel strenger waren dan voor andere atletieknummers. Ook voor het WK Atletiek in Londen van dit jaar heeft de Atletiekunie strakkere eisen gesteld voor de marathonlopers dan voor andere atleten.

Tweede Kamer
Vorige week trok zelfs een Tweede Kamerlid aan de bel: SP’er Michiel van Nispen. Hij eist dat minister Edith Schippers in gesprek treedt met NOC*NSF en de Atletiekunie. Zij hebben de limieten namelijk vastgesteld. Ondanks het bestaan van internationale limieten besluiten zij zelfstandig deze limieten strakker te stellen (en daar hebben zij ook de mogelijkheid toe). Van Nispen in het Algemeen Dagblad:

“Wij geven als overheid veel geld uit aan topsport. Dan vind ik ook dat we vraagtekens mogen stellen bij het feit dat de limieten onevenredig verdeeld zijn en allesbehalve transparant tot stand komen. Dit is een publiek belang. Ik vind dat we topsporters kansen moeten geven en niet moeten ontnemen. Ze (de marathonlopers, MW) hadden in Rio een mooie voorbeeldfunctie voor kinderen in ons land kunnen vervullen. In plaats daarvan mochten ze niet naar de Spelen en liepen zo ook exposure en sponsorgelden mis. Ik begrijp best dat atleten die kans maken op een hoge notering meer financiële ondersteuning ontvangen, maar het gaat veel te ver om lopers die op eigen kracht de Spelen hebben gehaald deelname te ontzeggen.”

Wie betaalt, bepaalt?
Natuurlijk moeten we deze reactie in het licht zien van de verkiezingen voor de Tweede Kamer van dit jaar, maar de uitspraken zijn op zichzelf ook interessant. In hoeverre zou de overheid zich namelijk moeten bemoeien met het selectiebeleid van NOC*NSF? Mag de sportkoepel dat beleid niet zelfstandig vaststellen, ondanks het feit dat de overheid voor de topsport betaalt? Het gaat immers ver dat de Tweede Kamer moet spreken over de principes waarmee de marathonlopers voor de Olympische Spelen en het WK worden geselecteerd, zonder specifieke kennis over de topsport. Bovendien kun je je afvragen of topsport inderdaad een “publiek belang” is, zoals Van Nispen dat benoemt. Als je vindt van niet, dan kun je je overigens überhaupt afvragen of de overheid wel specifiek de topsport zou moeten ondersteunen, en vinden dat de overheid enkel hoeft te investeren in de breedtesport.

Anderzijds heeft de breedtesport de voorbeelden uit de topsport nodig om te inspireren en aan te spreken. De marathonlopers in kwestie hadden de internationale limiet gelopen en hadden de hardloopsport op een mooie manier in de schijnwerpers kunnen zetten. Nu deed alleen Abdi Nageeye mee namens Nederland, en dat had al positieve nieuwsberichten tot gevolg. Stel je voor wat er was gebeurd als Nageeye ook nog had gestreden met Khalid Choukoud en Michel Butter voor de titel van beste Nederlander op de Olympische marathon. Daarnaast riekt het selectiemechanisme inderdaad naar subjectiviteit, en dus ook in de verdeling van overheidsgelden. Iets waarmee de Tweede Kamer ook gerechtigd zou moeten zijn om de minister tot actie te manen.

En dan geldt ook altijd nog het adagium: wie betaalt, bepaalt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.