Stappen vooruit in de Nederlandse topsportcultuur

Deze week kondigde NOC*NSF aan dat het voor de vijfde keer een meting van het zogenaamde “topsportklimaat” van Nederland gaat doen. Dat er nog winst te behalen is op het Nederlandse topsportklimaat, bleek bij de presentatie van “Gaan voor Goud” vorige maand in de Sportcampus van het Zuiderpark te Den Haag.

Nevobo-voorzitter Peter Sprenger en NHV-directeur Sjors Röttger waren daar in gesprek met host Henk Strikkers om te spreken over de Nederlandse topsportcultuur, de kracht van evenementen en “Gaan voor Goud”. Zij kraakten zeer kritische noten over die omstandigheden waarbinnen soms topsportprestaties plaats moeten vinden of de manier waarop topsporters worden gesteund. Volgens hen is de basis van succes flinterdun, te veel afhankelijk van een paar “gekken”, is er onvoldoende visie op de rol die de overheid hierin zou moeten hebben, maar gloort er misschien ook wat hoop aan de horizon. “Gaan voor Goud” kan bijdragen aan die positieve beweging.

Sjors Röttger, algemeen directeur van het NHV

Breedtesport als fundament voor de punt van de piramide

Sjors Röttger zit al meer dan twintig jaar bij het Nederlands Handbal Verbond, met een kleine onderbreking, en onthult de redenen achter het succes van de Nederlandse handbaldames. “Je moet natuurlijk ervoor zorgen dat je goede bestuurders hebt, maar je moet er vooral voor zorgen dat je een droom hebt. Wat mij betreft begint het altijd met een droom. Vervolgens is het ook binnen zo’n bond een teamsport. Je moet het als coach samen doen met de bestuurders. Anders kom je er niet. Ook zat ik vanmorgen het met platform van alle Eredivisieteams, en zij zijn onderdeel van het succes. Sport is altijd een piramide, en zonder basis is er geen piramide. De topsport is de punt van de piramide. Ik probeer breedtesport aan topsport te verbinden en omgekeerd, als onderdeel van het bestuur.”

Maar: alleen een droom is niet genoeg. Je moet die droom handen en voeten geven, en actief gaan najagen. Röttger: “Je moet het smart maken. Wij wilden van plaats 33 naar plaats 1 op de wereldranglijst. Dan moet je een plan maken. En dat is in Nederland niet simpel, want hier is geen topsportcultuur. In ons plan gingen we opschrijven hoe we in Nederland zouden moeten handballen. Wij wilden het beter en vooral anders doen dan anderen. Er is geen bond die op onze manier heeft vastgelegd op welke manier je je sport zou moeten bedrijven. Dat is ook wat ik mis in Nederland en in de Nederlandse sport. Een kabinet wisselt om de vier jaar. Maar wie denkt er dan na over de toekomst, over 2025 of 2030? Alleen zo kom je tot vernieuwing. Je moet nadenken of iets anders en beter kan.”

“De sport is te conservatief en de basis is erg kwetsbaar”

Peter Sprenger is het eens met Sjors Röttger dat de topsportcultuur in Nederland tekort schiet, en concludeert uit het voorbeeld van Röttger dat topsport te zeer afhankelijk is van het initiatief van individuen. “Topsport ontstaat nu door een paar gekken, die zeggen: ‘We weten niet hoe, maar we gaan het doen’. Dat komt niet doordat de infrastructuur hier nu zo geweldig is. Er is nog heel veel te doen in ons landje. Daarnaast moeten we nadenken hoe we topsport besturen. 99% van de sportbestuurders is vrijwilliger. Dat is een enorme kracht, maar ook een nadeel. Het zijn goedwillende mensen maar zij kunnen niet altijd met dezelfde snelheid als professionals handelen. Dit soort problemen maakt de topsport kwetsbaar, net als de afnemende ledentallen voor verenigingen. Die verenigingen worden steeds kwetsbaarder, en topsport komt wel voort uit die verenigingen. Daardoor wordt het steeds moeilijker om mee te doen.”

Peter Sprenger, voorzitter van de Nevobo

De opkomst van de ongeorganiseerde sport is een belangrijke trend. Het sportaanbod moet blijven aansluiten bij de wensen van de mensen. Sprenger: “Ik zie dat ook in het beachvolleybal: er moeten veel meer vrijheden zijn voor mensen om initiatieven te nemen. Als bond moet je dat niet allemaal willen reguleren en vastleggen. In het algemeen is de sport nog te conservatief. Alleen te lang hetzelfde doen betekent dat je overbodig wordt en verdwijnt. Geen enkel te behoudend bedrijf heeft het volgehouden de afgelopen 10-20 jaar. Kijk maar naar de V&D. De basis in de sport is flinterdun. Het is heel moeilijk voor iedere bond de begroting te laten stijgen. Overeind blijven door te bezuinigen is eigenlijk geen optie, we moeten groeien om te kunnen concurreren met nieuwe ontwikkelingen in de ongeorganiseerde sport en in e-sports.”

De nieuwe rol van de bond: het WK Volleybal 2022

Traditioneel gezien zijn bonden opgericht om competities te organiseren, maar dat is volgens Peter Sprenger lang niet meer voldoende. “Zowel het handbal als het volleybal heeft nu de beschikking over een fantastisch presterend Oranjeteam, dat onvoorstelbaar populair is. Alles wat oranje is en presteert heeft momenteel maximale media-aandacht. Dan moet je daarvan gebruik maken door er evenementen omheen te bouwen. Bij gigantische evenementen is er zelfs meer vraag dan aanbod! Dan krijg je gewoon Ahoy vol.”

Dat gaat de volleybalbond in 2022 ook doen. Kort geleden werd bekend dat de Nevobo erin is geslaagd om het WK Volleybal voor vrouwen in 2022 samen met Polen in de wacht te slepen. Sprenger vertelt dat het winnen van zo’n bid voor Nederland steeds lastiger is geworden. “Nederland is dan een relatief klein land in de wereld van het grote geld. Wij worden steeds kwetsbaarder tussen landen met oliedollars of landen die politieke motivaties hebben voor het binnenhalen van zo’n evenement. Maar gelukkig voor ons is er de trend dat governance en maatschappelijke impact steeds belangrijker worden gevonden. Daarom hebben wij het bid gewonnen , want wij betrekken ook verenigingen en jeugd in onze plannen. Wij willen honderdduizenden mensen laten sporten. Daarmee heb je ook een blijvende impact met je WK. De samenwerking met Polen was wel noodzakelijk. Polen alleen kan het WK ook niet binnenhalen, zelfs al is het de grootste volleybalmarkt van Europa. Maar doordat wij het samen met hen organiseren kunnen wij gebruikmaken van de kracht van de Poolse volleybalmarkt in Europa. Polen draagt daarmee bij aan het bid. Dat heeft het verschil kunnen maken en daardoor hebben wij straks een prachtig evenement in Nederland.”

“We kunnen nog veel leren als het gaat om topsportcultuur”

Röttger: “In 2012 wilden wij ook het EK handbal naar Nederland halen. Maar dat moesten we inleveren, omdat er niemand garant wilde staan voor het laatste miljoen euro. Dat kan gewoon niet. De tijden zijn veranderd, en daarom denken we nu na om in 2024 samen met enkele buurlanden een handbal EK te organiseren. Echter: ook hiervoor geldt: ik mis visie. Ik ben er voor bewegen, en niet voor de bestuurders, maar ik zie dat er geen sportcultuur is in Nederland. In Polen zijn er tien tot twaalf hallen voor minimaal tienduizend toeschouwers. In Nederland is er niet één hal met achtduizend toeschouwers. Niet één!”

Sprenger: “Ik vind ook dat we nog grote stappen kunnen zetten in onze topsportcultuur. Er zijn maar weinig landelijke politici, twee of drie na, die zich inzet voor sportbeleid. Rudmer Heerema is de positieve uitzondering. In het algemeen zie je in Nederland, ook al zijn er nog tien superbelangrijke thema’s in het Nederlandse beleid, dat wij heel trots zijn op onze sportprestaties. Er is een goede minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Maar zijn tijd om zich meer op de sport te richten is natuurlijk beperkt met de enorme Volksgezondheid portefeuille.

“Gelukkig zie ik wel een paar hele positieve bewegingen. Het Nationaal Sportakkoord zorgt voor extra samenwerking en verbinding tussen verschillende lagen. Concreet zie ik dat het plafond voor mogelijke steun aan sportevenementen van VWS is verhoogd. Ook op provinciaal en lokaal niveau ontstaan nieuwe verbindingen tussen overheid, sport en bedrijfsleven. De richting is goed.”

“En dan kun je altijd nog vragen: moet de overheid extra in sport investeren? Ja. Echt waar. Anders zijn topsport evenementen en de hoogste categorie echt niet meer mogelijk. In ieder land, of het nu democratisch of niet democratisch is, investeert een overheid mee in het totale nationale belang. Daartoe behoort ook sport. Dan kun je nog discussiëren of je dat geld terugverdient. Nou: ik durf de businesscase wel te maken dat je topsportevenementen altijd kunt terugverdienen. De Olympische Spelen is een hele complexe casus om te berekenen, maar zeker andere evenementen als WK’s, EK’s, ook voetbalevenementen kunnen renderen. Een gezonde businesscase laten we ook met het WK volleybal zien in samenwerking met partner TIG Sports.”

Wat hopen jullie te lezen in Gaan voor Goud?

Röttger: “Vanuit het boek is het altijd terugkijken en lezen. Maar nu is het aan ons om te blijven praten, verbindingen te zoeken en te kijken hoe we samen kunnen werken om te gaan voor goud. Zodat er een droom kan ontstaan. Dan zal het in de toekomst namelijk beter gaan.”

Sprenger: “Er is in Nederland een beperkte traditie van boeken die vanuit het perspectief van sportbestuur actualiteit rond maatschappelijke thema’s worden geschreven. Dit boek wel. En het boek gaat niet alleen over de positieve kanten, maar ook keihard over doping, corruptie en matchfixing. Het is mooi dat Mart Waterval de positieve kanten benadert, maar ook de kritische kant belicht. Met dit soort boeken maken we de Nederlandse sport alleen maar sterker.”

“Gaan voor Goud” is zonder verzendkosten te bestellen via de website van Uitgeverij Boekscout en via DeSportbestuurder.nl. Ook is het te vinden op Bol.com.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.